Het leven van een boom!

Ook bomen hebben net als de mens verschillende levensfasen die ze doorlopen. Bij de mens is dit de ontwikkeling van de bevruchte eicel tot aan de geboorte, daarna de jeugdfase tot ± 23 jaar. Gevolgd door de middelbare leeftijd of werkfase tot aan het pensioen ± 60 jaar, en als laatste het leven als oudere.
De meest benijdenswaardige eigenschap van bomen is wel, dat velen van hen een zeer hoge leeftijd kunnen bereiken! Bomen maken dezelfde fasen door als alle levende wezens, alleen noemen wij die anders. Het kiemen, de snelle groeifase, de langzame groeifase en de afnemende fase.

Berken en eik in een ongerept Natuurgebied

De levensduur van bomen is erg verschillend en sommige kunnen heel oud worden. De oudste gedocumenteerde individuele bomen, zie www.oldest.org › nature › trees zijn ongeveer 5000 jaar oud. Een uitzondering vormt de “Old Tjikko”, Picea abies (L.) H.Karst., in Noorwegen, met een leeftijd van circa 10.000 jaar.
Een aantal kloon-groepen, zoals de “Jurupa oak”, Quercus palmeri Engelm., zou 13.000 jaar oud zijn en de “Pando” of “The Trembling Giant”, Populus tremeloides Michx., wordt zelfs op 80.000 jaar geschat. Deze bevindt zich in de USA, in het Fishlake National Forest, in Utah. Dit zijn bomen die zichzelf over zo’n lange periode altijd weer verjongen, zij het door wortelopslag of door stokuitslag. Het is te hopen dat de onderzoekers ons geen sprookjes vertellen!
Toch worden veel bomen in vergelijking met andere bomen niet echt oud.
Zo wordt de berk, Betula pendula Roth, hooguit 200 jaar oud, maar andere Berken halen wel 500 jaar.
De beuk, Fagus sylvatica L., kan 500-700 jaar worden en onze zomereik, Quercus robur L., haalt 1200-1500 jaar, terwijl enkele andere eikensoorten wel dubbel zo oud kunnen worden.
De lijsterbes Sorbus aucuparia L., haalt meestal niet meer dan 125-150 jaar, maar enkele andere soorten halen zelfs de 100 jaar niet als maximum.
Toch hebben zij allemaal gemeen, dat als zij hun maximale leeftijd bereikt hebben, ze allemaal ongeveer hetzelfde percentage van de verschillende groeifasen hebben doorlopen.
De eerste groeiperiode, de 1e fase, is het kiemen, dit duurt verhoudingsgewijs maar heel kort en is verwaarloosbaar.
Daarna volgen de 2e, 3e en 4e groeifase, deze zijn gemiddeld genomen ongeveer ⅓ van de maximaal te behalen leeftijd.

De 4 fasen zijn:
Fase 1, het kiemen
Fase 2, de snelle groeifase of jeugdfase
Fase 3, de langzame groeifase of behoud-fase
Fase 4, de afnemende fase of sterffase

Het zaad

Zaden zijn het begin van elke plant. Terwijl sommige zo klein zijn, dat je één enkel zaadje alleen met een microscoop kan identificeren, zijn andere zaden zo groot dat je ze met twee handen moet vasthouden. Ze hebben allemaal gemeen dat ze volledig rijp moeten zijn, om te kunnen kiemen, teneinde een plant te worden. Hoe lang dit rijpingsproces duurt en of dit volledig of maar gedeeltelijk aan de plant plaats vindt, of dat het zaad na het afvallen nog moet narijpen, speelt een ondergeschikte rol.

Beukentak met uitzonderlijk veel vruchten in een mastjaar

Veel bomen hebben net als eiken en beuken een cyclus van mastjaren met een verhoogde productie aan zaden, afgewisseld door enkele jaren met weinig, of bij hoge uitzondering zelfs geen zaadproductie.
Mastjaren komen in het algemeen bij  primaire bomen vaak voor. Pionier-bomen in het secondaire bos daarentegen ontbreekt deze eigenschap gewoonlijk of komt in veel mindere mate voor.
Zaden hebben ook tijd nodig om te kiemen en afhankelijk van de soort kan dat direct na het afvallen van het zaad beginnen, maar kan ook meerdere of zelfs vele jaren duren.
Veel bomen ontwikkelen net als onze eiken, in de eerste groeiperiode alleen een wortel, om dan in de daarop volgende groeiperiode tot volledig kiemplantje uit te groeien. In dat geval duurt de kiemperiode dus al 3 seizoenen, voordat het kiemplantje zich volledig heeft ontwikkeld.
Soms wordt kiemen bevordert nadat het zaad het maag-darmkanaal van dieren heeft doorlopen. Andere zaden hebben hoge temperaturen nodig om te kunnen kiemen, b.v. na een brand, weer andere vragen juist om een koude of natte periode. Veel zaden kunnen vele jaren hun kiemkracht behouden, maar sommige zaden moeten binnen een paar weken al kiemen anders kiemen ze niet meer.

Esdoorn zaailingen in een vroeg stadium van het kiemproces, een seizoen later was niets meer van te vinden

De mens wil van veel verschillende planten zaden opkweken voor commercieel gebruik. Kiemen moet gebeuren op het voor hem meest geschikte moment. Hiervoor heeft hij, in de loop der tijd, een heel assortiment van listen en trucs uitgevonden, om een zo groot mogelijk rendement te behalen. Of dit ook altijd de sterkste planten oplevert, zij daar gelaten. Vast staat alleen, dat elk soort zaad om een andere aanpak vraagt.
De hieronder beschreven vuistregels gelden voor zaden in bossen die uit zichzelf tot ontwikkeling komen en tot plant uitgroeien.
De vuistregel is, dat hoe kleiner het zaad hoe hoger het percentage dat niet tot kiemen komt. De kleinste zaden zijn van Orchideeën en sommige hiervan wegen maar 0,0001 gram, het grootste zaad is afkomstig van de palm, Coco de mer of Zee-kokosnoot, met een gewicht van meer dan 20 kg. Bij de kleinste zaden ligt het percentage veel hoger dan 1:10.000. Bij de allergrootste zaden zal het percentage veel lager zijn dan 1:10.000. Omdat beide uitersten bij tweezaadlobbige bomen niet voorkomen, moet men van een gemiddelde uitgaan.

Fase 1, het kiemen

Beuken-zaailingen in het bos met nog voldoende licht

Hoe dan ook, de groeifase van elke volgroeide individuele boom verloopt in 4 fasen, waarbij uiteraard elke fase eerst overleefd moet worden. Om te ontkiemen moet het zaadje op de juiste plek, met de gunstigste groeiomstandigheden terecht komen. Hier zijn voor iedere soort boom andere omstandigheden nodig. In principe kan men de vuistregel 1:10.000 toepassen. Hierbij kun je stellen dat 10.000 zaadjes zouden moeten kiemen, opdat 1 exemplaar de gehele kiemcyclus, oftewel het eerste volledige groeiseizoen gezond zou doorstaan. In de gematigde groeigebieden begint het kiemen over het algemeen in het voorjaar of zomer. Het loopt door tot het einde van de volledige groeiperiode in het daarop volgende voorjaar. In de tropen en subtropen zal dit afhangen van droogteperiodes. In savannen en woestijnen zal dit samenvallen met een regenperiode. Slechts een heel klein percentage van alle zaden ontkiemt. Het gehele kiemproces loopt over een langere periode, b.v. 2 of 3 seizoenen of nog langer. 9.999 van alle 10.000 kiemplantjes overleven deze eerste periode niet.

 

Esdoorn-zaailingen dicht opeen op een open plek

De oorzaken zijn doorgaans heel divers, zoals planteneters, insecten, gebrek aan licht, kou of hitte, vuur, ijs en sneeuw, storm, te droog of te nat, schimmels, bacteriën en virussen.
Al deze invloeden vormen een constante bedreiging voor de boom en dat geldt nog veel meer voor de erg kwetsbare kiemplanten. De meeste van deze onvoorspelbare invloeden zullen een boom zijn hele leven begeleiden, tot de boom zozeer verzwakt is dat hij uiteindelijk sterft, in welke fase dan ook.

Fase 2, de snelle groeifase of jeugdfase

Jonge opstand Beuken van verschillende leeftijden

De jeugdfase duurt in het algemeen tussen 20-35% van de maximaal te behalen leeftijd. De regel hier is, hoe hoger de maximale leeftijd is die een boom kan bereiken, hoe langer deze 2e fase in jaren duurt, maar het percentage van deze fase t.a.v. de te bereiken leeftijd neemt af. In deze fase bereikt de boom, afhankelijk van de soort en groeiplaats, 70-85% van zijn maximale te behalen hoogte en kroonuitbreiding. 1 op de 10.000 plantjes die de 1e fase hebben doorstaan, haalt het einde van deze 2e fase. De resterende 9.999 bomen sterven weer vroegtijdig door allerlei hierboven in Fase 1 beschreven oorzaken.

 

 

Jonge opstand van Pine-bomen van gelijk oude bomen

De jeugdfase is ook voor de bosbouw de belangrijkste fase, omdat ervan uitgegaan wordt dat tegen het einde van deze fase de boom in principe kaprijp is. In deze productiebossen haalt geen enkel boom de mogelijk maximaal te behalen leeftijd. Bijna alle bomen die voor de houtoogst worden gekweekt en geplant, worden in het algemeen voor het einde van deze fase te bereiken leeftijd al gekapt. Gewoonlijk worden de bomen eerst zeer dicht op elkaar geplant, om zodoende, zo snel mogelijk een lange oogstbare stam te verkrijgen. Hiervoor worden periodiek dood hout en minderwaardige staken ontnomen, die wegens lichtgebrek achterstand oplopen. Tevens wordt plaats gemaakt voor een betere ontwikkeling van de overblijvende stammen.

Bomen die een hoge eindleeftijd zouden kunnen halen, worden in de regel nog veel eerder geoogst. In productiebossen of plantages wordt hout gewoonlijk al op een jonge leeftijd geoogst. Verschillende soorten halen de 100 jaar niet, andere halen 150 of 200 jaar. Maar zelden is de houtoogst, in productiebossen, bij nog oudere bomen het geval. Want, hoe ouder een boom wordt, hoe hoger de kans op ziektes is en ziektes betekenen minderwaardig hout en dus minder opbrengst.

 

De kruin van deze Amberboom wordt nog steeds breder

Fase 3, de langzame groeifase of behoud-fase

De behoud-fase of langzame groeifase is over het algemeen de langste fase in het leven van een boom en die duurt gewoonlijk 35-55% van zijn maximaal haalbare leeftijd. In deze fase bereikt de boom zijn maximale hoogte en maximale uitbreiding van de kroon. De boom neemt vanaf het begin van deze fase nog maar langzaam aan kroon-volume toe. De bladmassa blijft echter over het algemeen de gehele periode zo goed als gelijk.

Moeras-cipres breidt zijn kruin nog steeds uit

Sommige bomen aan het begin van deze fase zijn in veel gevallen nog enigszins piramidaal van uiterlijk, maar krijgen in de loop van de verdere groei meestal een ronde of afgeplatte kruin. 1 op de 10.000 bomen die het einde van 2e fase, de jeugdfase heeft gehaald, haalt ook het einde van deze fase!
Hoe ouder een boom zou kunnen worden, hoe langer deze behoud-fase duurt. Voor de houtproductie wordt hout uit deze fase bijna uitsluitend uit gecontroleerd natuurlijk bos of uit het oerbos geoogst. Voor de commerciële bosbouw is het laten opgroeien van bomen tot zeer hoge leeftijd niet rendabel, omdat het risico de investering te verliezen hoger is dan het vooruitzicht op een goede opbrengst.

 

Deze Paardenkastanje nadert het einde van deze fase

 

 

Oude Eik in krimpende fase verkerend

Fase 4, de afnemende fase of sterffase, op weg naar de dood

De laatste fase zullen we maar de afnemende fase of sterf-fase noemen. Ook deze fase kan 20-35% van zijn maximale levensfase duren. In deze fase begint de boom steeds meer af te bouwen. Eerst stopt de uitbreiding van de kroon, de bladmassa vermindert langzaam, de kruin wordt hierdoor steeds kleiner, de boom verzwakt en neemt in hoogte duidelijk af. Twijgen en takken worden afgeworpen en door verzwakking geteisterd krimpt de kruin steeds meer. De bladmassa neemt steeds sneller af, de boom teert op zichzelf in.

Deze Linde verkeerd duidelijk in de strijd tegen de dood

 

 

 

 

 

 

 

 

Uiteindelijk krijgen schimmels en bacteriën en allerlei andere ziektes die voor de boom altijd al een bedreiging vormden de overhand en de boom verkommert steeds meer totdat hij uiteindelijk sterft. Al het hout wordt weer verteerd en zodoende draagt de boom weer bij aan het leven van een nieuwe generatie bomen. Houtoogst uit deze fase van de boom is gewoonlijk volledig onrendabel.

 

 

Deze Eik heeft de strijd verloren

Het bos

Een wereld van verschil in bossen

Er kan een onderscheid gemaakt worden tussen een aantal bostypes.

  • Primair bos, Oerwoud
  • Gecontroleerd natuurlijk bos of Cultuurbos
  • Productie bos of Commercieel bos
  • Parkbos
  • Parken en plantsoenen

Oerwoud

Het “Primair bos”, “Oerwoud” of “Oerbos” is een gebied dat in zijn oorspronkelijke toestand behouden is gebleven, nooit door menselijk ingrijpen is gecultiveerd en waar de mens ook nu nog geen invloed op uitoefent. Dat betekent dus, een geheel aan zichzelf overgelaten natuurlijk bos. In dit type bos staan bomen uit alle 4 fasen en worden bomen van alle leeftijden aangetroffen. Verjonging vindt uitsluitend plaats door natuurlijke uitzaaiing.

Zeer oude eik, de oorspronkelijk boom poogt zich op enkele bastresten door nieuwe uitlopers in leven te houden

Deze bossen zijn in geheel Europa zo goed als verdwenen. Ook in Oost-Europa, waar tot zo’n 100 jaar geleden nog meerdere oerbossen te vinden waren, wordt dit type bos door roofbouw of commercieel gebruik bedreigd en wordt zeldzaam. In Midden- en West-Europa is geen enkel bos van dit bostype meer aan te treffen. Slechts enkele delen van bossen die niet of zeer moeilijk toegankelijk zijn, zou men nog tot dit type bos kunnen rekenen. Wel streven verschillende landen naar herstel van dit type bos, maar voordat dit uiteindelijk is gerealiseerd, zullen vele honderden jaren verstrijken. Alle andere bostypes behoren tot het type “parklandschap”.

Cultuurbos

Natuurlijk bos met oude en zeer oude bomen die afsterven en zo en lichting in het bos met jonge bomen creëren

Het “Gecontroleerd natuurlijk bos”, “Cultuurbos” of alleen “Natuurlijk bos” behoort tot het type “parklandschap” en is bos dat al door de eeuwen heen door de mens gebruikt werd, maar de begroeiing werd altijd aan de natuur zelf overgelaten. Het vroeger ook als “hoedebos” bekende bos, waar door overheden en landbezitters het hoeden van vee aan de dorpsbewoners toegestaan werd, valt hieronder. Natuurlijke bosbestanden zijn overal te vinden en zijn gewoonlijk als jachtrevieren, natuurparken of landschapsparken in gebruik. Ook al onze Nationale Parken behoren tot dit type parklandschap. De meeste hiervan zijn eigendom van de overheid of verenigingen als Natuurmonumenten of het WWF. Gebruik voor de jacht of recreatie staat hier voorop, maar om kosten te dekken wordt ook hout aan het bos onttrokken. Gewoonlijk zijn dat de meest lucratieve stammen, al zegt men dan, dat dit vooral de natuurlijke verjonging van het bos ten goede komt. Ook in dit soort bossen zijn bomen te vinden van alle leeftijden, ook die welke de fase 4 al hebben bereikt.

Productie bos

Het “Productie bos” of “Commercieel bos” is een bos dat louter om commerciële redenen voor de productie van hout bestemd is. Hieronder vallen ook de meeste bossen uit privébezit.

Houtkap voor de papierindustrie, bomen worden gekapt om ruimte voor de overgebleven bomen te creëren


Ook dit bos moet natuurlijk onderhouden worden, zeker als het ook als een recreatiegebied gebruikt mag worden en al dan niet tijdelijk opengesteld is. Een dergelijk bos wordt over het algemeen intensief benut, waardoor de bomen op het moment dat zij de optimale leeftijd of afmetingen hebben bereikt, geoogst worden. Gewoonlijk is dit aan het eind van fase 2.

Beuken hakhoutbos, hier is duidelijk te zien dat de bomen door regelmatig kap aan de stronk weer kan uitlopen


Het meest gebruikelijk is het type bos dat gewoonlijk ingedeeld is in verschillende percelen, die over het algemeen monoculturen zijn en uitsluitend bomen van dezelfde leeftijd bevatten. Hier wordt het meest kaalslag van een perceel toegepast, of slechts een deel ervan wordt gekapt en met jonge bomen opnieuw beplant voor de volgende generatie.
Een andere aanpak is, om uit elk perceel enkele lucratieve stammen te ontnemen en het bos hierna verder aan zich zelf over te laten, of leeggekomen plekken opnieuw te beplanten. Hierdoor ontstaat een bos met bomen van diverse leeftijden. Op deze wijze wordt het type “Gecontroleerd natuurlijk bos” benaderd. Het bos wordt op deze wijze sterker en continuïteit is gegarandeerd. Verjonging vindt plaats door herbeplanting en natuurlijke verjonging van het bos komt gewoonlijk niet of alleen bij uitzondering voor.

Parkbos

Een golfbaan aangelegd in een landschapspark met oude bossen

Het “Parkbos” is een landschapspark, in de ruimste zin van het woord. Het bos is meestal nieuw aangeplant of door aanplant uitgebreid. Over het algemeen is dit type bos dichter begroeid dan de stedelijke parken en plantsoenen en in de directe omgeving van de stedelijke bewoning aangeplant. Gewoonlijk is dit type bos ook alleen op paden en wegen publiekelijk toegankelijk en is voor recreatief gebruik bedoeld. Regelmatig onderhoud van het groen langs paden en wegen is hier om veiligheidsredenen zeer intensief en daardoor duur, waardoor ook hier regelmatig bomen om commerciële redenen geoogst worden. Verjonging vindt hier gewoonlijk alleen plaats door aanplant van al reeds opgekweekte planten. Er worden in het meest gunstige geval ook bomen aangetroffen die fase 3 al hebben bereikt.

Parken en plantsoenen

Parklandschap voor recreatie bedoeld

“Parken en plantsoenen” zijn stedelijke aanplantingen en staan gewoonlijk onder gemeentelijk beheer, bij ons “Groenvoorzieningen” genoemd en zijn louter voor recreatie bestemd. Bomen en struiken maken hier deel uit van de Landschapsarchitectuur en staan daarom over het algemeen wijder verspreid tussen een aanplant van grasvelden en begroeiing van bloemen en vaste planten. In dit type bos zijn vaak ook waterpartijen aangebracht. Verjonging vindt hier uitsluitend plaats door het herbeplanten met jonge bomen en struiken. In dit type bos moet al het groen intensief onderhouden worden. Dat is duur en het moet het veilig wandelen van elke bezoeker garanderen. Ook hier wordt hout uitgehaald dat commercieel verhandeld wordt. Hier worden ook in veel gevallen bomen aangetroffen die fase 3 al hebben bereikt.

Plantages

Beukenaanplant voor de houtproductie

“Plantages” worden voor de meest uiteenlopende doelen aangelegd. De naam “Boomplantage” of “Bosplantage” wordt gebruikt voor het opkweken van zaailingen, boomkwekerijen, kerstboomplantages, of houtplantages. Volgens de FAO valt 7% van het wereldwijde bosgebied onder boomplantages.
Onder de noemer plantage vallen ook die plantages die bestemd zijn voor het kweken van landbouwgewassen, fruit, katoen, rubber, olie, genotmiddelen enz.. Vermoedelijk zijn voor elke wereldburger ± 1.000 m² grond als plantage in gebruikt.

Jonge gedunde dennenopstand, de bomen hebben voldoende plaats voor hun ontwikkeling gekregen

“Plantagebossen” of “Bosplantages” zijn voor het aanplanten van één soort bomen binnen een perceel gedacht, die louter commercieel gerund worden. Over het algemeen worden ze nieuw aangelegd, zij het op braakliggend land, of op een hiervoor gerooid bosgebied. Gewoonlijk worden zo veel percelen aangelegd, die het aantal oogstjaren afdekken, tot dat de boom geoogst kan worden. Voor elk gepland oogstjaar wordt een perceel beplant om zo een bos van verschillende leeftijden te bereiken, om een continue productie te garanderen. Oogstjaren worden naar gelang de beschikbaarheid van land en de verwachte opbrengst op basis van regelmatige oogstcycli ingedeeld. Afhankelijk van de leeftijd waarop de boom geoogst wordt, worden de oogstjaren bepaald. Gewoonlijk varieert dit tussen één en 20 jaar, al naar gelang wat aangeplant wordt.

Oude bomen

Nu is het waarschijnlijk ook makkelijker te begrijpen dat oude bomen gewoonlijk al in fase 3 of 4 van hun te bereiken leeftijd verkeren. Dat is ook de reden waarom maar weinig bomen echt oud kunnen worden. Een wandeling door een bos maakt duidelijk dat veel bomen door alle mogelijke invloeden vroegtijdig sterven. Men treft doorgaans veel dood hout van bomen aan dat de ene of ander groeifase niet heeft doorstaan.

Aantasting door een reuzenzwam aan de voet van een rode eik, de boom heeft de laatste storm niet overleefd

Echt oude bomen in de verschillende bossen zijn uiterst zelden, en zijn hoogstens in oerbossen of gecontroleerd natuurlijke bossen nog te vinden. De meeste oude bomen in ons parklandschap, staan op plekken die voor de geschiedenis belangrijk zijn of waren. Ze staan als “monument” in het landschap, op pleinen, in parken van kastelen of op een oud landgoed. Gewoonlijk zijn het verenigingen als “Natuurmonumenten” die zich hierover ontfermen. De meeste kans om oude bomen aan te treffen in de vrije natuur heeft men nog steeds in minder goed toegankelijke gebieden. Echte oerwouden zijn in onze regionen niet meer te vinden.
Parken en parklandschappen worden tegenwoordig goed onderhouden en zieke exemplaren worden al gauw verwijderd, nog voordat ze een bedreiging voor de mens kunnen vormen. Meestal worden ze hier al ontnomen nog voordat ze commercieel waardeloos geworden zijn.

Voorbeeld van een gezond productiebos met boomgroepen van diverse leeftijden

De bosbouw heeft alleen baat bij gezond hout en zal nog intensiever op zwakke en zieke exemplaren letten en deze vroegtijdig uit de bossen verwijderen, zolang het hout nog enigszins verhandelbaar is. Bosbouw betekent rendement halen uit het bos en dat is alleen mogelijk in een gezond en jong bos. Op het moment dat men van de boom een goede opbrengst verwacht wordt geoogst en zal men snel herbeplanten.
Zo is het niet verwonderlijk dat wij maar zelden met zeer oude bomen te maken hebben. Alleen in natuurlijke bossen, daar waar niet of maar zelden de bijl gehanteerd wordt, kan men zulke woudreuzen nog aantreffen en kan men de gehele loop van de natuur bewonderen.
Onze huidige parklandschappen en productiebossen zijn niet geschikt voor de gehele cyclus van ontwikkelingsfasen van de bomen. Zij worden immers onderhouden ten behoeve van onze veiligheid en om er het best mogelijke rendement eruit te halen.

De o.a. geraadpleegde literatuur:

Hans Heinrich Bosshard; Holzkunde Band 1-3; Birkhäuser Verlag 1975

Gerd Krüssmann; Handbuch der Laubgehölze, Band 1-3; Paul Parey Verlag 1976-1978

Gerd Krüssmann; Handbuch der Nadergehölze; Paul Parey Verlag 1983

Aichele & H.W. Schwegler; Die Blütenpflanzen Mitteleuropas, Band 1-5; Franckh-Kosmos Verlag 1994-1996

Thomas Pakenham; Remarkable Trees of the World, W. W. Norton Company 2003

Voor de o.a. door mij bezochte internetpagina’s is steeds voor de startpagina gekozen,
alle pagina’s zijn bezocht in eind 2019 begin 2020.

https://www.monumentaltrees.com/ info over – Monumentale bomen wereldwijd

http://www.bomeninfo.nl/ info over – Bomen en hun levenscyclus

https://www.scientias.nl/ info over – Oude bomen gaan niet met pensioen

https://www.scientias.nl/ info over – Het beheer van oude bomen

http://www.oldest.org/nature/trees/ info over – oudste bomen ter wereld

http://www.oldest.org/nature/trees/ info over – bomen en hun leven

© copyright
Categorieën: Bomenverhalen

1 reactie

Heleen · 31 juli 2021 op 16:00

Mooi artikel! Al in verkorte versie gehoord afgelopen woensdag en nu eens rustig na kunnen lezen. Heel interessant. We kunnen niet zuinig genoeg zijn op onze bomen. 🙂

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

The maximum upload file size: 1 GB. You can upload: image, audio, video, document, spreadsheet, interactive, text, archive, code, other. Links to YouTube, Facebook, Twitter and other services inserted in the comment text will be automatically embedded. Drop file here