Het leven van een boom!

Net als de mens, hebben bomen verschillende fasen die ze doorleven. Bij de mens is dit de ontwikkeling tot aan de geboorte, de jeugdfase, de middelbare leeftijd en het leven als gepensioneerde of als oudere. De meest benijdenswaardige eigenschap van bomen is wel de hoge leeftijd die zij kunnen bereiken! De boom maakt dezelfde fasen door als alle andere levende wezens, alleen noemen wij die anders. Het kiemen, de snelle groeifase, de behoud-fase en de sterf-fase. Bomen zijn heel verschillend en kunnen heel oud worden. De oudste documenteerde individuele bomen www.oldest.org › nature › trees zijn ongeveer 5000 jaar oud, hoewel van de “Old Tjikko”, Picea abies (L.) H.Karst., in Noorwegen een ouderdom van nabij de 10.000 jaar genoemd wordt.
Een aantal kloon-groepen, zoals de “Jurupa oak”, Quercus palmeri Engelm., met 13.000 en de “Pando”, Populus tremeloides Michx., worden zelfs op 80.000 jaar geschat. Dit zijn bomen die zichzelf over zo’n lange periode, altijd weer verjongen, zij het door wortelopslag of door stokuitslag. Hier is te hopen dat de onderzoekers ons geen sprookjes vertellen!

Veel bomen echter worden niet echt oud, zo wordt de berk, Betula pendula Roth, hooguit 200-250 jaar oud, andere Berken halen wel 500 jaar. De beuk, Fagus sylvatica L., kan 500-700 jaar worden en onze zomereik, Quercus robur L., haalt 1200-1500 jaar, maar enkele andere eikensoorten halen ook het dubbele. Sorbus aucuparia L., de lijsterbes haalt meestal niet meer dan 125-150 jaar en enkele andere soorten halen zelfs geen 100 jaar als maximum. Toch hebben zij gemeen, dat als zij hun maximaal te bereiken leeftijd halen, ze allemaal mee delen in pakweg ongeveer hetzelfde percentage van de verschillende groeifasen die zij doorleven. De eerste groeiperiode, de 1e fase is het kiemen, dit duurt verhoudingsgewijs maar heel kort en is verwaarloosbaar, daarna volgt de 2e, 3e en 4e groeifase, deze zijn over het algemeen ongeveer ⅓ van de maximaal te behalen leeftijd

Fase 1, het kiemen

Beuken-zaailingen in het bos met nog voldoende licht

Hoe dan ook, de groeifase van de individuele boom verloopt in 4 fases, waarbij men kan aannemen dat elke fase eerst overleefd moet worden. In principe kan men de vuistregel 1:10.000 gebruiken. Hierbij kun je stellen dat 10.000 zaadjes nodig zijn, opdat 1 exemplaar de gehele kiemcyclus, oftewel het eerste groeiseizoen gezond zou doorstaan. In de gematigde groeigebieden begint het kiemen over het algemeen in het voorjaar of zomer en loopt tot het opnieuw uitlopen in het volgende voorjaar. Maar een klein percentage van alle planten kiemt over een langere periode, b.v. 2 of 3 seizoenen. 9.999 van onze 10.000 kiemplantjes overleven deze eerste periode niet.

 

Esdoorn-zaailingen dicht opeen op een open plek

Oorzaken zijn doorgaans planteneters, insecten, gebrek aan licht, kou of hitte, vuur, ijs en sneeuw, storm, te droog of te nat, schimmels, bacteriën en virussen, al deze invloeden vormen een constante bedreiging voor de boom. De meeste van deze aanvallen zullen een boom zijn hele leven begeleiden, tot de boom zover verzwakt is dat hij uiteindelijk sterft.

 

Fase 2, de jeugdfase of snelle groeifase

Jonge opstand Beuken van verschillende leeftijden

De jeugdfase duurt in het algemeen tussen 20-35% van de maximaal te behalen leeftijd. In deze fase bereikt de boom afhankelijk van de soort en groeiplaats 70-85% van zijn maximale te behalen hoogte en kroonuitbreiding. 1 op de 10.000 plantjes die de 1e fase hebben doorstaan, haalt het einde van deze 2e fase. De resterende 9.999 bomen sterven weer vroegtijdig om allerlei hierboven al genoemde redenen.

 

 

Jonge opstand van Pine-bomen van gelijk oude bomen

De jeugdfase is ook voor de bosbouw de belangrijkste fase, omdat ervan uitgegaan wordt dat tegen het einde van deze fase boom in principe kaprijp is. Bijna alle bomen die voor de houtoogst worden gekweekt, worden in het algemeen voor het einde van deze te bereiken leeftijd al gekapt. Bomen die een hoge eindleeftijd zouden kunnen halen, worden nog veel eerder geoogst, meestal ergens tussen 100 en 200 jaar. Want, hoe ouder een boom wordt, hoe hoger de kans op ziekten is en ziekten betekenen minderwaardig hout.

 

De kruin van deze Amberboom wordt nog steeds breder

Fase 3, de behoud-fase

De behoud-fase is over het algemeen de langste fase in het leven van een boom en duurt 35-50% van zijn maximaal haalbare leeftijd. In deze fase bereikt de boom zijn maximale hoogte en maximale uitbreiding van de kroon. De boom neemt vanaf nu maar langzaam in volume toe. De bladmassa blijft over het algemeen over de gehele periode zo goed als gelijk.

Moeras-cipres breidt zijn kruin nog steeds uit

Zijn sommige bomen aan het begin van deze fase in vele gevallen nog enigszins piramidaal, deze krijgen in de loop van de verdere groei meestal een ronde of afgeplatte kruin. 1 op 10.000 bomen die het einde van 2e fase, de jeugdfase hebben gehaald, haalt het einde van deze fase!

Hoe ouder een boom zou kunnen worden, hoe langer deze behoud-fase duurt.

Deze Paardenkastanje nadert het einde van deze fase

 

 

Oude Eik in krimpende fase verkerend

Fase 4, de sterffase

 

 

 

De laatste fase zullen we maar de sterf-fase zal ik maar noemen. Ook deze fase kan 20-35% van zijn maximale levensfase duren. In deze fase begint de boom steeds meer af te bouwen.

Deze Linde verkeerd duidelijk in de strijd tegen de dood

 

 

 

 

 

 

 

 

De bladmassa vermindert, de kruin wordt kleiner en de boom wordt steeds lager, hij verzwakt steeds verder. Door verzwakking geteisterd krimpt de kruin steeds sneller, de bladmassa neemt uiteindelijk snel af, de boom teert op zichzelf in. Uiteindelijk krijgen schimmels en bacteriën en allerlei andere ziektes die voor de boom altijd al een bedreiging vormden de overhand en de boom verkommert steeds meer totdat hij uiteindelijk sterft. Al het hout wordt verteerd en zo draagt de boom weer aan het leven van een nieuwe generatie bomen bij.

 

 

Deze Eik heeft de strijd verloren

Het bos

Primair bos of oerwoud is een gebied wat in zijn oorspronkelijke toestanden behouden is gebleven en nooit door menselijk ingrijpen is gecultiveerd. Dus een geheel aan zichzelf overgelaten natuurlijk bos. Nederland kent geen oerwoud meer, op enkele kleine uitzonderingen na is oerwoud alleen in Oost-Europa te vinden. In geheel Europa zijn praktisch alle bossen tot het type Parklandschap gereduceerd. Ook al onze Nationale parken behoren tot het parklandschap. Tegenwoordig worden kleinere bosgebieden weer aan zichzelf overgelaten, onder het motto: terug naar de oorsprong, in de hoop dat over enkele honderden jaren, weer een natuurlijk oerbos ontstaan is. Of dat werkelijk uitvoerbaar is moet de toekomst leren.

De meeste oude bomen staan op plekken die voor de geschiedenis belangrijk zijn of waren, ze staan op pleinen, in parken van kastelen of op een oud landgoed. De meest kans op oude bomen in de natuur heeft men nog steeds in minder goed toegankelijke gebieden. Echte oerwouden zijn in onze regionen niet meer te vinden. Parken en parklandschappen worden tegenwoordig goed onderhouden en zieke exemplaren worden al gauw verwijderd, nog voor ze een bedreiging voor mens kunnen vormen.

De bosbouw heeft alleen baat bij gezond hout en zal nog intensiever op zwakke en zieke exemplaren letten en deze vroegtijdig uit het bos verwijderen, zolang het hout nog enigszins voor de handel bruikbaar is. Bosbouw betekent rendement halen uit het bos en dat is alleen mogelijk in een gezond en jong bos. Op het moment dat men van de boom een goede opbrengst verwacht gaat de zaag erin en zal men al snel nieuwe bomen planten.
Zo is het niet verwonderlijk dat wij maar zelden met zeer oude bomen te maken hebben. Alleen in natuurlijke bossen, daar waar maar zelden de bijl gebruikt wordt, kan men zulke woudreuzen terugvinden en de loop van de natuur bewonderen.
Onze huidige parklandschappen en productiebossen zijn niet geschikt voor de gehele ontwikkeling van de bomen. Zij worden immers onderhouden om ze voor ons veilig te houden en/of het best mogelijke rendement eruit te halen.

 

De o.a. geraadpleegde literatuur:

Hans Heinrich Bosshard; Holzkunde Band 1-3; Birkhäuser Verlag 1975

Gerd Krüssmann; Handbuch der Laubgehölze, Band 1-3; Paul Parey Verlag 1976-1978

Gerd Krüssmann; Handbuch der Nadergehölze; Paul Parey Verlag 1983

Aichele & H.W. Schwegler; Die Blütenpflanzen Mitteleuropas, Band 1-5; Franckh-Kosmos Verlag 1994-1996

Thomas Pakenham; Remarkable Trees of the World, W. W. Norton Company 2003

Voor de o.a. door mij bezochte internetpagina’s is steeds voor de startpagina gekozen,
alle pagina’s zijn bezocht in eind 2019 begin 2020.

https://www.monumentaltrees.com/ info over – Monumentale bomen wereldwijd

http://www.bomeninfo.nl/ info over – Bomen en hun levenscyclus

https://www.scientias.nl/ info over – Oude bomen gaan niet met pensioen

https://www.scientias.nl/ info over – Het beheer van oude bomen

http://www.oldest.org/nature/trees/ info over – oudste bomen ter wereld

http://www.oldest.org/nature/trees/ info over – bomen en hun leven

© copyright
Categorieën: Bomenverhalen

1 reactie

Heleen · 31 juli 2021 op 16:00

Mooi artikel! Al in verkorte versie gehoord afgelopen woensdag en nu eens rustig na kunnen lezen. Heel interessant. We kunnen niet zuinig genoeg zijn op onze bomen. 🙂

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

The maximum upload file size: 1 GB. You can upload: image, audio, video, document, spreadsheet, interactive, text, archive, code, other. Links to YouTube, Facebook, Twitter and other services inserted in the comment text will be automatically embedded. Drop file here